updated on: 29 September, 2011

          
       Een barones
3  stoomgemalen van elk 400 pk pompten tussen 1849 en 1851
de "Grote Waterwolf" zo als het Haarlemmermeer genoemd werd,
{nadat er eerst een dijk van bijna 60 km lang omheen gelegd was}, leeg.
In 1852 was hij droog.

Op 22 Februari 1864 is mijn grootmoeder langs vaderskant er geboren.
Zij heette  Maria Scheurwater.
Zij vertelde mij dat ze vaak straatarm was.
Ze heeft eens, met drie kleine kinderen, een winter in een verlaten steenoven gewoond. Als bedelares moest zij in leven zien te blijven.
Dit vertel ik voor later in deze geschiedenis.

Op een dag lag ik met mijn schip in Breda. Ik had zo`n Betamax CCD 500 P kamera.
Een nog al groot ding dat je op je schouder moest zetten om te filmen.
Ik ging er Breda mee in.
Er is een park met monumenten en fontijnen.
In het centrum staat aan een groot plein een prachtige kerk.
Terwijl ik deze loop te filmen begint het te regenen.
Aan het plein zijn nog al wat etablissementen met terras.
Terwijl ik het plein oversteek  om in een ervan te gaan schuilen
hoor ik het getingel tangel van een piano.

Ik weet meteen waar ik naar binnen moet.
Achter in die zaak zit iemand piano te spelen.
Ik zet mijn kamera op de bar en richt hem op de pianist. Niet dat ik mij er veel bij
voorstel maar een filmer heeft altijd gebrek aan geluiden die de lokale sfeer bepalen.
Het is middag. Een uur of 2. Koffie drink je aan boord
dus ik bestel een pilsje en denk; "Ik zit geramd. Lekker droog. Pilsie. Muziek".
Maar de pianist stopt en komt ook aan de bar zitten.

" Van mij had je nog wel even door mogen spelen. Ik vond het wel lekker".
Hij antwoordde in het Duits, dat hij even pauze nam.
Er  ontwikkelde zich een merkwaardig gesprek.
Dat kwam eigenlijk  om dat ik hem vroeg of hij het Oostfriesenlied kon. 
O ja, dat ben ik even vergeten te vertellen.
Het was een zingende pianist.

" Doe me een plezier; zei ik, speel het,dan zing ik het met je mee".
Toen het zover was en hij begon, speelde hij eerst een intro.
Maar toen hij begon te zingen bleek dat in het hoogduits te zijn.
Ik riep nog dat het geen Oostfries was. Maar hij ging gewoon door.

Affijn, ik zing de Oostfriese versie, dat is de enige die ik ken. Dat lijkt meer op Gronings. {Het Duitse Ostfriesland grenst aan de provincie Groningen}.
Het klonk natuurlijk voor geen meter.
"Sie machen ess falsch"; riep hij telkens en zong gewoon verder.
Toen het lied uit was kwam hij naast me zitten.

" Ik snap het niet; zei ik, het Ostfriesenlied in het hoogduits. Hoe kom je daar nu op ".
Hij was in Emden geboren. "Maar dat ligt toch in Ostfriesland".
Ja, maar zijn grootouders kwamen ergens anders vandaan.
Zijn vader was een hooggeplaatste douane ambtenaar.
Ze stamden nog van de Watergeuzen af.

Toen zei hij iets waardoor mijn pet afviel.
Hij stamde af van de Watergeuzen van de goeie kant. Ik heb nooit geweten
dat er Watergeuzen van de goeie en Watergeuzen van de slechte kant waren.
Dus als iemand mij daar iets over kan vertellen. Graag !

Later in het gesprek voerde hij een barones in.
"Mijn grootmoeder was een barones";zei hij.

Ik stond ogenblikkelijk op, keek hem recht in de ogen en zei :
"Aangenaam, mijn grootmoeder was een bedelares". 
Ik was op dat moment trots op deze grootmoeder. Ga er maar eens aanstaan.
Weduwe met drie kleine kinderen in de winter.
Zonder woning.  Zie maar eens te overleven.  Zonder geld.
Ze was mijn grootmoeder. Maria Scheurwater heette ze.

Potten en pannen.



Ik geloof niet dat ik mij al voorgesteld heb. Ik ben Dirk. De zoon van mijn vader
en natuurlijk ook van mijn moeder. Ik kan dan nog verder gaan  met te zeggen;
de kleinzoon van mijn grootmoeder van moederskant die Aagtje Eveleens
geboren 28 april 1870 en haar man 
geboren 17 april 1868 die Dirk Biesheuvel heette.
Maar nu even over mijn grootvader.
Hij verkocht galanterie. Hij deed in potten en pannen.
Zo werd dat genoemd.  Om zijn handel te vervoeren had hij
een hondenkar die getrokken werd door 2 loeressen van honden.













                                       Blackie    en      Bruno


Vanuit Kudelstaart waar hij woonde, ging hij door het dorp Aalsmeer
en de polders er omheen. Het was een armoedige tijd. Hij verkocht veel op de lat.
Om zijn centen binnen te krijgen moest hij zich de blaren op zijn tong praten.

Om de dorst van de honden
en zichzelf te lessen lastte hij pauzes in  bij cafe`s op zijn route.
Om de kosten daarvan te drukken sprong hij nogal eens op het biljard en zong een lied.

Favoriete songs waren;
In deze cel omringd door hoge muren waarin geen straal der zon ooit valt op mij, Niemand weet hoe ik lijd in deez kerker.

Mijn grootvader was een levenskunstenaar. Hij verdiende de kost
voor zijn vrouw en 10 kinderen onder andere met de volgende aktiviteiten.
Met een kruiwagen beladen met zeisen en sikkels ging hij de boeren langs.
Op zolder spande en droogde hij mollevellen  voor zijn bonthandel.
Hij verkocht sigaren en tabak in de keuken.
Schoor de kaken en knipte de haren van zijn klanten in de schuur.
en zoals al gezegd, hij zong op het biljart.
Van hem zei men in het dorp:  "Dirk ? Dirk, die heeft de rit in zijn reet.".

Ik houd het op de "Onrust".

De onrust drijft mijn denken naar het oneindige verschiet
dat nog thans mij blijft wenken door de indruk die ze achter liet.

waar land en hemel vloeien, waar de zee het land ontvlucht
verdwijnen de boeien, blijft alleen de lucht

O, kon ik nog eenmaal landen op die ongerepte stranden
waar de zon verbleekt aan de nacht - waar de sterren
slechts zijn -- 
een kinderverdriet
waar wind alleen wind is - anders niet.

maar denk ik aan vreemde kusten
- verbrandt - verrek - verroest - verteer
en het zweet dat van mij gutste -
dan gunde ik jou de eer

thuis is het leven goed -
waarom zou je gaan zwerven

de onrust in mijn bloed - 
zou het thuis zijn maar bederven

al is de eigen haard
het meest van alles waard
ik moest gaan varen
om de onrust te bedaren












94 jaar in 1956                              Maria Scheurwater