Een tikkeltje verbaasd,
Vandaag tikte magere Hein mij op de schouders
Ja ~ ik weet ~ de dagen zijn geteld
Je tikte op heel ander dagen ~ ver weg van hier
`t was tijdens het * Germaans * geweld
een keer in Ramsdorf ~ waar je maaide
of was het Bischdorf ~ er werd zoveel gemaaid
we stonden met 16 tussen de palen
je keek mij aan ~ `t was op het nippertje
dat ik niet ben weggewaaid
en aan de Oder ~ je leek zo Russisch ~ bevrijder toch
ik kustte de grond
jij was van de ellende dronken
waardoor je de weg naar mij niet vond
Je vloog in *Stuka `s * ~ mitrailleerde ~ haalde je buit
zo vele malen ~ wat was het wonder ~ dat jij mij spaarde
dat je mij de tol niet liet betalen
nu jij mij tikte ~ mag ik hopen ~ jij bent mijn vriend
en komt de tijd ~ dat ik dit *aardse * moet verlaten
`k zal zijn ~ * verwonderd * ~ `k zal je niet haten
`k zal zijn ~ * verwonderd * ~ en voor altijd
Dit gedicht ontstond op 1 maart 1984.
Ik was aan het werk. Aan boord van het schip hierboven.
De *Minerva* . Ik zou iets gaan lassen in de roef op het achterschip.
Het was een kale ijzeren roef. Ik struikelde.
De specialist die, in het ziekenhuis, mijn hoofd scande zei:
"U heeft een dikke schedel. 3 x zo dik als normaal ".
Ik hield er slechts een lichte hersenschudding aan over.
De voorgeschiedenis ervan speelde in de jaren 1940 / 1945.
Ik kwam dit gedicht tegen, of eigenlijk, als je wordt gekonfronteerd
met wat dan ook, krijg je van die plaatjes, van die terug blikken.
Ik heb een zware operatie voor de boeg op 27 februari.
Vandaag over 7 dagen. Vandaar die flash back