Op een verliefde scheepshond
Een schip is van ijzer --- zoals men dat noemt
M`n baas is niet wijzer --- dus ben ik gedoemd
`t voor hem te bewaken --- nooit kijkt hij uit
alleen naar een baken --- dat interreseert mij geen fluit
Als hij wil varen dan moet ik weer voort
> trek dan in je nagels anders glij je van boord <
zo`n schip schommelt steeds heen en weer
soms maakt hij hem zwart en zegt dan, " Ik teer "!
"pas op" !, hoor ik dan en " ga weg "!
Maar in zo`n stok wil ik dan wel even bijten zeg
> kijk < ligt zo`n schip aan de wal
dat is ook zo`n raar geval
denk ik juist, > hij blijft hier < dan vaart ie weer weg
die fratsen zijn voor een dier ---toch wel grote pech
laatst zag ik op zo`n wal een prachtige teef
`k dacht juist > dat zit wel safe <
nu dat bleek dan abuis want die wal was een sluis
rap moesten we voort met die ijzeren schuit
je kunt wel eens blaffen > hoe houd ik het uit <
naar teven te kijken dat helpt je geen fluit
---Waakhond ---tegen ---- straathond
Onlangs vroeg mijn vriendje *Kees*
die het vande straat op raapt;
"Waarom toon jij je moed
wanneer je kostbaas slaapt".
Nou. Ik eet alle dagen vlees
dat zie ik jou niet doen
daarna nog een honds dinee
en ik doe wat ik wil doen
Hij gooit met een stok
wanneer ik daarom vraag
dan ben ik danig in mijn sas
en doe ik of ik jaag
Als ik naar buiten wil
word ik op mijn wenk bediend
dan neus ik zo wat rond
wat denk je daarvan - vriend -
maar zie ik soms konijnen
of poesen op mijn pad
dan wil dat toch wel schrijnen
het is niet meer - je dat -
in de moderne wereld -
heeft grootva mij verteld
zit vlees slechts in een blikje
dat kopen ze met - geld -.
en ik eet alle dagen vlees
dat zie ik jou niet doen
daarom mijn beste vriendje -Kees -
waak ik, dus maar voor mijn poen ".